De Slag om de Schelde: de Strijd om Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen in historisch perspectief

Op 4 september 1944 viel de haven van Antwerpen onbeschadigd in Geallieerde handen. Het Duitse 15e leger wat zich had teruggetrokken uit het gebied rond het Nauw van Calais, dreigde in Zeeuwsch-Vlaanderen afgesneden te raken. De Geallieerden verzuimden echter na de val van Antwerpen op te rukken naar Woensdrecht en de landengte van Zuid-Beveland om de ontsnappingsroute van het 15e leger af te snijden.
Een unieke mogelijkheid om het Duitse 15e leger te omsingelen en de Geallieerde bevoorradingsproblemen op te lossen(alles moest worden aangevoerd vanuit Normandië) ging verloren.

De Geallieerden gaven prioriteit aan een diepe stoot richting het Duitse moederland, de beroemde Slag om Arnhem die tussen 17 en 25 september 1944 woedde en door de Geallieerden werd verloren.

Het Duitse oppercommando reageerde bliksemsnel. Op 4 september 1944 werd Walther Model benoemd tot commandant van legergroep “B”. Zijn grootste kopzorg was een enorm gat van 120 km in zijn linie tussen Antwerpen en Maastricht. Model liet een emotionele dagorder uitgaan richting zijn troepen waarin hij zijn soldaten opriep om de terugtocht te stoppen en te vechten. Kurt Chill was één van de weinige officieren die deze dagorder hoorden. Hij zette meteen een verdedigingslinie op langs het Albertkanaal met de restanten van zijn 85e divisie. Vluchtende troepen werden door zijn eenheden gestopt en ingezet bij de verdediging. Uit Duitsland komt versterking in de vorm van het 1ste Parachutistenleger. Ondanks het feit dat het vooral gaat om half getraind grondpersoneel van de Luftwaffe weet de harde kern van 4000 parachutisten onder leiding van Kurt Student binnen 24 uur het Albertkanaal te bereiken. Diezelfde parachutisten zouden samen met de troepen van Chill de ontsnappingsroute voor het 15e leger via Woensdrecht maandenlang open houden.

Ondertussen probeerde generaal von Zangen van het 15e leger zijn troepen over de Schelde te zetten. Hiertoe gebruikten zijn troepen drie havens, te weten Doel, Terneuzen en Breskens. Het overzetten stond onder leiding van de Kriegsmarine. Het was zaak de havens en de Scheldemonding zo lang mogelijk in handen te houden. Dit is de reden waarom er bij Axel door de Duitsers een achterhoedegevecht werd geleverd dat vier dagen zou duren. Ze probeerden zolang mogelijk de capaciteit van de haven van Terneuzen te gebruiken bij het overzetten van de troepen. De Duitse troepen bij Axel waren een allegaartje. De Poolse opmars werd echter bemoeilijkt door de inundaties(land onder water) en de eerste pogingen van de Polen om Axel op 17 september 1944 te veroveren werden bloedig afgeslagen. Op 19 september 1944 lukte het de Polen onder dekking van de mist Axel te veroveren. Op 20 september 1944 wordt Terneuzen bevrijd. In Breskens gaat het overzetten van troepen tot 22 oktober 1944 door. In totaal ontsnapten 86.100 man, 616 kanonnen, 6200 paarden en 6222 voertuigen.

Links over de slag om de Schelde:

Website Piet Scheele slag om Axel klik hier

Slag om de Schelde klik hier

Slag om de Schelde  klik hier

Rol Canadezen Slag om de Schelde klik hier

Rol Polen Slag om de Schelde klik hier